Blog

Uitsmijter van het jaar; geluidsheld Olivier Rekers!!!

IN THE BEGINNINGS met deze maand het Ervaren Talent geluidsman Olivier Rekers.

Olivier Rekers (1982) is sinds 2007 actief als freelance geluidsman voor film. Zijn universitaire opleidingen, Biologie en Psychobiologie heeft hij inmiddels achter zich gelaten. Wat als een hobby begon is inmiddels een bloeiende carrière geworden.  Olivier richt zich zowel op setgeluid, als postproductie/sounddesign  (fictie, documentaires en commercieel). Hij werkte o.a. voor de NPO, RTL, Disney/Fox en Netflix. En commercieel gezien ook voor o.a. Coolblue, ABN Amro en Aegon.

 – Welke hulp was voor jou cruciaal voor je carrière?

In het begin heeft mijn vriend Jur Oster geholpen, ik zie hem als een broertje. Specifiek in deze branche heeft hij mijn eerste klussen bezorgd. Eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn werk gemaakt. Jur was destijds cameraman maar ook producent van filmprojecten. Hij wist dat ik in mijn vrije tijd bezig was met het bewerken van geluid en gaf aan dat hij mij wel wilde inzetten. Ik heb mij toen ingeschreven bij de kamer van Koophandel en daar is het eigenlijk allemaal mee begonnen. Wat betreft het leren van dit vak ben ik een persoon die niet snel iets vraagt, maar het liever zelf doet. Het meeste heb ik dus zelf uitgevonden en uitgevogeld.

Mijn carrière heeft ook een sprong gemaakt toen ik mijn vriendin heb ontmoet. Zij is actrice en kent dus het reilen en zeilen op een set. Zij snapt dus goed als ik soms moet overwerken. Als geluidsman wordt er op de set niet altijd rekening gehouden met je omdat je altijd onder de cameraman en de regisseur werkt. En je wordt vaak pas ergens bij gevraagd als een locatie al is gekozen. Dan hoor je bijvoorbeeld op deze locatie allemaal geluiden van vrachtwagens en dan ben ik degene die er achteraf op wordt aangekeken. Dit is wel eens frustrerend en dat kan ik bij mijn vriendin goed ventileren omdat ze in dezelfde sector werkt.

Ook mijn moeder was belangrijk voor mijn carrière. Ik ben blij dat ze niet helemaal overstuur is geworden toen ik met mijn studie ben gestopt. Ze was er niet heel blij mee, maar ze heeft mij niet keihard de wind van voren gegeven. Dit denk ik mede door het feit dat zij zelf ook ondernemer was en haar eigen spoor heeft gekozen. Het ondernemende deel heb ik van mijn moeder meegekregen.

En mijn vader was fotograaf. Misschien dat die creativiteit hierdoor enigszins in mijn genen zit. Ik ben toen ik jong was door hem meegenomen naar filmopnames en hij heeft me een handycam gegeven toen ik een jaar of zeven was. Hierdoor ging ik eigen scripts schrijven en verhalen produceren en daar is het zaadje wel geplant.

– Waar ben je zelf het meest trots op?

Ik heb niet persé een opdracht of een project waar ik trots op ben, ook omdat ik er niet van hou om mijzelf een schouderklopje te geven. Ik vind het wel goed dat ik zonder vooropleiding sta waar ik nu sta en doe wat ik doe. Ik ben klein begonnen, maar inmiddels heb ik voor elke NPO zender, Netflix en ook Amazon gewerkt.

Maar waar ik vooral trots op ben is dat ik nu veel klussen krijg met een maatschappelijke insteek. Ik heb een zegen dat ik goede betaalde klussen doe, waardoor ik ook klussen kan doen voor minder geld, die bijdragen aan de maatschappij.

De filmwereld is erg dichtgetimmerd en bestaat veelal uit witte mannen. Ik ben ook blij dat ik met juist andere filmmakers samenwerk, met andere achtergronden en culturen. Een specifiek project waar ik trots op ben en waar ik twee jaar geleden aan mee  heb gewerkt is de  documentaire: “Portret van een mislukt schrijver”. Deze is gemaakt door Joris Koptod Nioky, net als ik ook een jongen zonder opleiding en dat vond ik heel tof. Deze documentaire heeft op het Nederlands Filmfestival de filmprijs Utrecht gewonnen en daar ben ik best trots op.

– Wat is je grootste les geweest?

Geluid is politiek. Je kunt prachtige spullen hebben, je kunt alles helemaal hebben voorbereid, maar je bent ook afhankelijk van het team. Vroeger dacht ik: “Het is een beroep en je gaat aan de slag, hup je doet je ding!” In de praktijk moet ik met de cameramapersoon of gaffer (lichtpersoon) overleggen wat zij/hij gaat doen. Dat is de grootste les voor mij. Door dit soort uitdagingen is het werk elke keer anders. Ik ben niet alleen mijn trucje aan het doen, maar ik ben aan het managen zodat ik het beste geluid krijg. Dit is ook wat mijn werk leuk maakt, namelijk elke keer de uitdaging aangaan met het team (politiek bedrijven), om te zien wat ik uiteindelijk voor elkaar kan krijgen om de beste opname van het geluid te garanderen.

Bij sounddesign is mijn advies om de tijd te nemen en niet bang te zijn om dingen weg te gooien als het niet werkt. Ik vergelijk sounddesign met verven. Je kunt het zien als een canvas waarop je de smaak maakt van het geluid. Hier moet iets groens. En dan denk je: “Dit is het toch niet”. Dan moet je ook het rode penseel durven te pakken en proberen of dat de juiste keuze is.  Eigenlijk als een muziekstuk componeren we het geluid. Het kan zijn dat een stukje niet goed uitpakt, durf het dan weg te gooien en doe dan bijvoorbeeld het tegenovergestelde waardoor je twee verschillende opties hebt om de beste keuze te maken.

– Wat is je advies aan nieuwe makers?

Geluid is dus politiek bedrijven. Besef dat! Wees chill, wees rustig. En vraag vooral als je iets wilt weten op de set. Films maken is namelijk een team-effort. Een ander advies is om jezelf aan te leren hoe dingen technisch werken. Doe dit door zelf lekker te gaan googelen en bijvoorbeeld via YouTube filmpjes te kijken, zo kun je een hoop leren. Via facebookgroepen zijn er communities voor verschillende onderwerpen in ons vak. Elke dag lees ik of ik kijk een filmpje om zo bij te blijven, maar ook om te leren van de fouten die een ander heeft gemaakt.

En als je net begint, probeer dan zoveel mogelijk ervaring op te doen. Doe bijvoorbeeld mee aan een 48 hour filmproject te gaan doen. Het houdt in dat je binnen 48 uur een film mag maken. Je krijgt een genre, een prop, een zin en het begint met een team van schrijvers. Vanuit het script wordt dan een film gemaakt.  Dit is een goede manier om contacten op te doen in de filmindustrie en zeker ook in de fictie wereld, wat een vrij lastige wereld is om tussen te komen.

– Equs-film herinvesteert haar verdiensten in de maak van korte films om Nieuw Talent een kans geven. Jij doneert vaak je tijd en expertise om anderen te helpen. Waarom vind je teruggeven of helpen belangrijk?

Ik vind het heel belangrijk dat mijn werk ook iets voor de samenleving betekent, in plaats van dat ik alleen mijn brood ermee verdien. Zeker voor beginnende filmmakers, zeker voor iemand met een andere achtergrond, vind ik het zeer belangrijk dat ze geholpen worden.

De filmwereld blijft een gesloten wereld. In deze branche moet je altijd iemand kennen. Om mij heen ken ik veel mensen die prachtige verhalen te vertellen hebben, verhalen die ik niet op tv zie en ook niet in de bioscoop zie verschijnen. Als ik hen help, dan komt er iemand met een ander soort verhaal. Die prijs die wij bijvoorbeeld hebben gekregen bij het Nederlands Filmfestival, daar ben ik trots op, omdat dit een verhaal is met een andere achtergrond en een andere soort manier van vertellen. Ik vind dat er meer van dit soort verhalen moeten komen. Ik hoop er op om de gesloten filmwereld meer te doorbreken.

– Waar ben je momenteel mee bezig?

Ik ben altijd met duizend en 1 dingen tegelijk bezig. Nu tref je mij toevalligerwijs in december aan het einde van dit jaar. Commercieel gezien heb ik het meeste afgerond, er is nog 1 klus voor de NS waar ik mee bezig ben. Daarnaast ga ik een sounddesign doen voor een kinderfilm van Ydwer Bosma.

Ik ben ook bezig met voorbereidingen te treffen voor de film ‘Loverboy Amsterdam’.  Dat wordt een speelfilm in de bioscoop, de producent hiervan is Cyriel Guds. Hij heeft alles zelf gefinancierd en geregeld. Hij heeft eerst een zesdelige serie gemaakt over loverboys en deze serie overal gepitched. Maar hij werd overal afgewezen omdat hij geen film academie heeft gedaan. Ondanks dat deze serie op Youtube heel veel is bekeken, kreeg hij het dus niet voor elkaar om geld vrij te krijgen voor een vervolg. Daarom is hij is een crowdfunding gestart, waarmee hij 25 duizend euro heeft opgehaald. Ook krijgt hij nu geld via gemeentesubsidies. Hij gaat het dus weer helemaal zelf doen. Van deze film ga ik het sounddesign doen.

En ik heb het sounddesign gedaan voor de graphic novel ‘Afscheid’, die gemaakt is door Sam Yazdanpanna. Deze wordt binnenkort gereleased. Het gaat over de vlucht van een Iraanse jongen die veertig jaar gelden naar Amsterdam is gekomen. Hij beschrijft hoe hij via mensenhandelaren mee werd genomen vanuit Iran naar Turkije en uiteindelijk maar Nederland en wat er dan allemaal gebeurt.  Vanuit het Amsterdam Kunst fond is er geld vrijgekomen voor deze graphic novel. Het sounddesign is al helemaal afgerond. Dit heb ik gedaan voor een lager bedrag dan wat ik normaal betaald krijg, maar ik vond dat dit gedaan moest worden vanwege het onderwerp van de film. De maker vond het heel vet geworden, de novel bestond namelijk uit losgeknipte filmpjes en voor de handigheid  heb ik die allemaal aan elkaar geschoven. De maker vond dit zo gaaf dat hij er nu als vervolg ook een bioscoopfilm van gaat maken.

Dan hebben we nog de kettingvraag van DoP Jan van Ooijen voor jou.

Zeer zeker. Om te beginnen de belangrijkste persoon is mijn vriendin Lizelotte van Dijk. Mijn vriendin heeft haar eigen werk als actrice en we hebben samen drie kinderen. Ik ben meestal heel veel aan het werk, maar zij managet het om redelijk fulltime te werken, het huishouden te runnen en alles rondom de kinderen te verzorgen. Dat één iemand dat kan, dat vind ik bizar.

Ook Dennis Overeem en  Dewi Reijs zijn een inspiratie. Zij hebben samen de stichting ‘the buddy film project’. Daarmee helpen ze gevluchte filmmakers uit landen als bijvoorbeeld Syrië en Ethiopië. Als filmmakers moeten vluchten uit hun land, valt hun netwerk grotendeels weg. Zij helpen deze mensen door ze te koppelen aan Nederlandse filmmakers. Dennis en Dewi helpen daarnaast ook in hun privétijd ongelofelijk veel mensen. Dit betreft niet alleen filmzaken, maar ook privé zaken.

En dan hebben we nog een aantal mensen die ik niet onbenoemd wil laten.

Cyriel Guds; dat is de jongen die de film ‘loverboy Amsterdam’ gaat maken. Ik bewonder zijn ambitie en gedrevenheid. Dat vind ik mooi om te zien. Hij werkt erg hard en wanneer de fondsen hem niet willen, besluit hij dat hij het zelf op een andere manier voor elkaar gaat boksen.

Sam Yazdanpanna is een gevestigd filmmaker en werkt ook voor Stichting de Vrolijkheid.  Hij is gevlucht en heeft door het conflict in Iran een behoorlijk trauma opgelopen. Ik vind het daarom erg knap dat hij zich hier heeft opgewerkt en wat hij heeft bereikt in de filmwereld. Ook geeft hij vanuit stichting de Vrolijkheid kinderen in AZC’s een dag invulling. Hij voert hier creatieve projecten uit zoals films en muziek.

Chris Belloni en Antonij Karadzoski; zij werken voor het IQMF filmfestival. Chris heeft dit opgericht. Antonij is een werknemer die superhard werkt. Zij programmeren en ondersteunen o.a. films over homoseksualiteit, transgender en migratie. Zij geven hiermee andere mensen inspiratie. Ook hebben zij een subsidie gekregen van de Nederlandse overheid om op de Balkan Queer projecten te doen. Zij maken hier safe spaces, dit zijn fysieke ruimtes, waar queer mensen zichzelf kunnen zijn. Op straat worden ze misschien in elkaar geslagen, daar kan dat dus niet. Binnen deze safe places programmeren ze films en/of poëzie en geven ze workshops hierin. Kunst is naar mijn mening een manier waarop dit soort kwesties goed neergezet wordt en waardoor de doelgroep goed geholpen wordt.

– En nog de kettingvraag aan Nieuw Talent Ayla van Kessel die de volgende korte film van Equs gaat regisseren. Wat zou je haar willen vragen?

Ik zou graag willen weten waar Ayla haar leukste en meest ontroerende anekdote heeft opgedaan in de filmindustrie? Ik bedoel dan een specifiek voorbeeld wat haar het meest is bijgebleven. Want op de set en in de filmindustrie zijn altijd hele leuke verhalen.

 

Lees meer

Filmmaker van de maand: DP Jan van Ooijen

IN THE BEGINNINGS met deze maand DP Jan van Ooijen. Jan is sinds 2011 is werkzaam als cameraman voor film, televisie en commerciële projecten. Nadat hij is afgestudeerd aan de VEC te Arnhem heft hij gewerkt voor verschillende productiehuizen. Met deze ervaring op zak heeft hij de stap gezet naar freelance cameraman en mogen werken aan bijzondere projecten voor onder andere KLM, Scheidegger, BNNVARA, FOX internationals, NPO en NL film.
 www.janvanooijen.com

– Wat zie je zelf als de start van je carrière?

In 2011 was ik klaar met  mijn opleiding. Hierna ben  ik vrij snel in vaste dienst  gekomen bij 24 kitchen, een kookzender. Dit heb ik 2,5 jaar gedaan. Hier heb ik heel veel uren mogen maken, waar ik later profijt van heb gehad. Toen dit eindigde heb ik de stap gezet om freelancer te worden. Dit betekende dat ik een klein beetje opnieuw moest beginnen. Ik moest opnieuw klanten verzamelen en overal proberen binnen te komen. Dit bouwde zich langzaam op. In deze periode heb ik een paar leuke kansen gekregen en als camera assistent mogen meelopen. Hier en daar mocht ik zelf  ook draaien. Het loont als je elke keer hard werkt voor je klanten en klussen, dan wordt je sneller teruggevraagd. Daarnaast kwamen  er ook mensen op mijn pad, die mij kansen aanboden. Je moet het dus ook hebben van mond op mond reclame. Destijds in 2017 of 2018 mocht ik Spangas gaan doen. Een jeugdserie voor Zapp. De enige reden dat ik dit mocht doen was omdat een collega mij had aanbevolen. Hier ben ik erg dankbaar voor.

– Waar ben je het meest trots op?

Ik ben niet zozeer trots op een specifiek project. Ik ben trots op het netwerk dat ik heb. Veel klanten en collega’s zijn vrienden geworden en vrienden zijn collega’s geworden. Dit heeft mij veel werk opgeleverd, veel kennis bijgebracht en hierdoor heb ik veel lessen geleerd. Tussen mijn  21ste  tot 32ste levensjaar ben ik ontzettend gegroeid als mens en cameraman. Film is een vak dat leeft op passie, zonder passie gaan mensen niet 13 uur of 14 uur  op een dag met elkaar werken. Dit doe je niet alleen voor het geld, je wilt samen mooie dingen maken  en dat werkt verbindend. Op de set  kun je elkaar daar erg in vinden, als je bijvoorbeeld bedenkt hoe mooi iets kan zijn of worden. Reden dat mensen vaak dit werk met dezelfde mensen doen, omdat ze het werk mooi vinden en het met dezelfde passie uitvoeren.

– Wat is je grootste les geweest?

Dat 50 procent van het werk plaatjes maken is en de ander 50 procent dat je goed kunt communiceren. Dat je daarnaast ook open kunt staan voor andere mensen hun ideeën en films. Dat je niet eigenwijs moet zijn en een  tunnelvisie hebt: “Zo wil ik het!” Dat is de grootste les geweest. De helft van dit werk is dat je kunt communiceren, toegankelijk kunt zijn en kunt samenwerken. Ik was in het begin van mijn carrière niet heel erg  bescheiden. Ik had vaak het gevoel van: “Dit kan ik wel, dit klaar ik wel, dit ga ik wel even doen’. Op den duur leer je dat een klein beetje bescheidenheid je kan sieren. Je staat namelijk altijd tegenover iemand die iets weet, wat jij niet weet.

 – Wat is je grootste misser?

Wat ik anders zou doen, als ik de kans opnieuw zou krijgen en de  klok kon terugzetten?   Nog meer dan dat ik al deed, mensen assisteren. En minder snel zeggen: “Ik ben cameraman, ik ga het zelf doen, ik vogel het zelf uit.  In het begin van mijn carrière was ik heel snel. Mijn gedachte: “Ik ben cameraman als ik mij zelf lang genoeg zo noem, dan ben ik dat ook’. Achteraf gezien zou ik meer willen hebben assisteren en dienen. Ervaren cameramensen helpen zodat ik veel van ze kan leren.

– Wat is je advies aan nieuwe makers?

Ik denk wat in de filmindustrie geldt, geldt voor alles in het leven. Het gaat niet perse alleen op  voor cameramensen. Ga het doen! Ga dingen uitproberen! Ga meedoen aan een film wedstrijd! Ga op je bek! Ga iets maken wat in je hoofd zit en haal daar de lessen uit. Ga vooral aan de slag. Wacht niet totdat je het perfecte idee hebt of totdat je het juiste budget hebt. Zoek mensen van je leeftijd op en van je eigen ervaringsniveau. Enige manier waarop je iets leert, is door het fout of goed te doen. Wacht niet tot er iets op je pad komt, zorg dat jij degene bent die het initieert. Dat je je eigen vuurtje bent, die de lont aanmaakt!

– Is een bedrijf als Equs-film dat Nieuw Talent een kans geeft van belang voor nieuwe makers?

Jazeker! Wat EQUSFILM goed doet is, dat zij jonge mensen met minder ervaring naast wat ervarener mensen zetten. Waardoor je krijgt wat ik al eerder zei: “Dat je leert van ervaren mensen”. Je kunt heel veel gaan maken en draaien met mensen op je eigen niveau, daar leer je ook van. Af en toe is het ook goed om een project te doen met iemand die meer ervaren is. Die de dingen net even anders doet, waardoor je weer op scherp wordt gezet. Hierdoor vind ik het altijd leuk om met een nieuwe camerapersoon te mogen werken.

 Voor mij persoonlijk heeft Equs film mij nieuwe kansen opgeleverd en nieuwe mensen in mijn netwerk. Ik heb hier commerciële opdrachten mogen doen. En het laatste fictieproject bij Equsfim was erg  leerzaam, ik heb mijzelf hierdoor weer weten uit te dagen. Elk project heeft mij wel iets geleerd, wat zowel positief als negatief  kan zijn. Elk project geeft zijn lesstof, als je daar voor open staat kun je er altijd iets uit halen! Sommige projecten lijken heel simpel en recht toe en aan. Als je er dan eenmaal staat te draaien, kom je erachter dat zo’n project veel meer lagen heeft. Elk project waar je als cameraman aan toegevoegd wordt, is iemand zijn kindje. Iets wat haar of hem heel erg aan het hart gaat. Diegene heeft er geld en energie in gestoken om het van de grond te krijgen. Jij wordt daar in de belangrijke positie van cameraman aan toegevoegd. Dat is intiem en vertrouwelijk en dat moet je niet onderschatten.

– Waar ben je momenteel mee bezig?

Ik ben eigenlijk zoals altijd voor mijn eigen commerciële netwerk aan klanten bezig. Met een vrije academie in Amsterdam heb ik het afgelopen jaar een on demand video platform gestart met hun lezingen. Je kunt het zien als een soort Netflix, maar dan gericht op educatie. Tijdens deze opdracht heb ik veel lezingen mogen filmen en kunnen regisseren op mooie plekken in Amsterdam. Dit loopt nu nog steeds, omdat de content maandelijks wordt aangevuld. Hiernaast probeer ik zelf een korte film van 8 minuten van de grond te krijgen. Ik heb hiervoor samen met een vriendin een script geschreven. Via fondsen proberen we een startbudget krijgen. Het is een korte film waarin ik iets wil vertellen over hoe je je kwetsbaar kunt opstellen en bruggen kunt slaan. Tegenwoordig kun je snel in een kloof komen, met veel verschillende dingen. Als je een ander mening hebt, word je soms niet meer geaccepteerd. Als mensen het politiek gezien of ideologisch gezien niet met elkaar eens zijn, is het nog steeds mogelijk  om vrienden van elkaar te zijn en/of familie van elkaar te zijn. Er zijn altijd raakvlakken vinden. Ondanks verschillende opvattingen blijft het altijd mogelijk om met elkaar door 1 deur te kunnen gaan. Ik wil door middel van deze film laten zien, dat er altijd wel een brug te slaan is.

– Kettingvraag: Vraag Goof de Koning: Ik zou graag willen weten wat Jan heeft doen besloten om dit werk te gaan doen. Voor mij waren dit mijn opa en mijn vriendje Arnoud. Wat is voor Jan nou de reden om dit te gaan doen?

Ik wilde in mijn middelbare school periode al cameraman worden, toen ik 13 jaar of 14 jaar was. Ik had eerst niet door dat het maken van films, ook iemand zijn werk kan zijn. Toen ik dit door kreeg, kon ik het niet meer loslaten en wist ik: “Ik moet iets met dit vak gaan doen’. Dit besef kwam onder andere ook doordat ik de dvd van de Lord of the Rings had gekeken en zag hoe deze film gemaakt werd. Toen dacht ik: “Zoiets als dit, dat wil ik wel doen”.

Ik ben mijn hele leven al gek op films, ik had honderden videobanden als kind en daarna honderden dvd’s en blu-ray’s. Ik ga het liefst 1 keer per week na de film. Ik hou van film. Ik heb nooit iemand gehad in mijn omgeving die iets met film deed. Triggers kwamen dus van buiten af, bijvoorbeeld door de films die ik keek.

Ik wilde eerst regisseur worden, daar had ik een grote ambitie voor. Ik kwam erachter dat je als regisseur maar 30 procent van je werk op de set staat. De andere 70 procent ben je druk  met andere werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld fondsen werven en vergaderen. Ik  concludeerde toen: “Dit is het niet helemaal voor mij”. Als cameraman daar in tegen,  sta je 80 procent van de tijd op de set. Je bent de second in hand´,  naast de regisseur. Dat sloot meer aan bij wat ik wilde. Ik vind het namelijk erg fijn om mijn eigen visie ergens op te kunnen leggen, om iets moois en creatiefs te maken, om iemand zijn rechterhand te zijn en iemand van advies te kunnen voorzien. Dit vind ik de ideale combinatie, die terugkomt in mijn werk als cameraman.

– En nog de kettingvraag aan geluidsman Ervaren Talent Olivier Rekers. Wat zou je hem willen vragen?

Heb jij iemand in je nabije omgeving die je inspireert?

 

 

 

Lees meer

Filmmaker van de maand: DP Goof de Koning!!

IN THE BEGINNINGS met deze maand het Gevestigde Talent Goof de Koning; Cinematographer, Steadicam  operator en Cameraman extraordinaire!

https://www.goofdekoning.nl

 – Je hebt in Nederland al heel veel grote speelfilms op je naam staan, maar ook jij moet klein zijn begonnen

Ik had als kind al een zwak voor films. Dat kwam onder andere door de films van Steven Spielberg. Op de televisie was Battlestar Galactica en Starwars was net in de bioscoop. Met ons zakgeld kochten we filmrolletjes en met de camera van mijn vriendje Arnoud gingen wij de star wars poppetjes dan filmen. Maar de reden waarom ik helemaal geïnspireerd ben geraakt is mijn opa. Mijn opa was een amateurfilmer. Ik heb ook zijn oude camera nog gehouden. Hij heeft in de jaren 50 onder andere een familiefilm gemaakt, met de titel ‘de kinderroof’. De hele familie speelde hierin mee; mijn moeder, mijn ooms en tantes en ook mijn opa. Dat was een hele spannende boevenfilm. Elke keer als ik op bezoek kwam bij mijn opa en oma als kleine jongen, dan vroeg ik of ik die film mocht draaien. Dat was toen een heel gedoe, met een scherm en een projector. En jaren geleden, toen mijn kinderen nog klein waren, hebben we een remake gemaakt van die film. En nu is het idee dat mijn zijn zoon, die inmiddels ook camerman is, die remake nog en keer gaat maken.

. Heb jij bij de start van je carrière ook korte films gedaan en was dat belangrijk voor jou?

In mijn jeugd heb ik al heel veel eigen films gemaakt en geschreven. En het leuke was dat er in die periode heel veel filmwedstrijden voor amateurs waren. Ik heb dus heel veel films gemaakt, toen ik 15,16 en 17 was en daar won ik allemaal prijzen mee. Tot mijn verbazing, moet ik zeggen. Maar ik zag het meer als een soort inkomstenbron. Dan was de prijs een video lamp, een statief of een videorecorder. Dan dacht ik: ‘Mooi, dan kan ik weer mijn studiootje uitbreiden. Dan kan ik weer meer effecten doen’. En ik heb er enorm veel plezier van gehad. En de positieve feedback was een extra stimulans om er verder mee te gaan. En korte films; die maakte ik zeker wel. Veel later deed ik onder andere mee met het 48 hours project. Dan moet je in 48 uur met een heel team een film maken. Dat deed ik naast mijn gewone film werkzaamheden. Gewoon puur uit liefde voor het vak. En het was een mooie gelegenheid om te experimenteren en gekke dingen te doen.

– Welk opstapje, of hulp, is bepalend geweest in je carrière?

Ikzelf ben in het verleden door een aantal mensen geholpen en de juiste kant op geduwd. Maar uiteindelijk moet je het allemaal zelf moeten doen.  Je moet het zelf initiëren en moeite voor doen. Maar je hebt altijd mensen nodig die in jou een talent zien dus ik ben blij dat er mensen zijn geweest die in mij geloofd hebben en mij ook kansen hebben gegeven. En dat doe ik nu zelf ook. Als er mensen zijn die ik kan helpen dan probeer ik dat. Er is in dit vak heel veel concurrentie. Dat is niet erg, dat is juist goed. Ik heb in het verleden cameramensen mogen opleiden. Daar waar het kan neem ik nog altijd mensen mee die nog niet lang zo bezig zijn in dit vak maar die er wel passie voor hebben. Ze moeten dan wel echt wel hard werken, maar zo kan ik ze gaandeweg wel zoveel mogelijk uitleggen. Want ja, hoe leer je het anders? Je moet het gewoon doen. Als je zelf aan de slag gaat, dan ben je de architect van je eigen loopbaan. En je zal toch ook een beetje de Pipi langkous-mentaliteit moeten hebben.  “Ik heb het nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

– Waar ben je het meest trots op?

Op mijn kinderen ben ik het trotst. Maar qua werk ben ik het meest trots dat ik nu op een punt ben dat ik voornamelijk dingen kan doen die ik heel leuk vind. Ik voel mijzelf heel rijk als ik weer een mooie productie mag maken. Of dat je gevraagd wordt voor een productie. Ik voel mij niet te goed voor de kleinere producties. Ik vind dat ook nog steeds ontzettend leuk. En natuurlijk is het ook wel heel leuk om te weten als er bijvoorbeeld 200 duizend mensen naar de bioscoop zijn geweest om naar jouw film te kijken. Dat doet best wel wat om te weten dat al die mensen met plezier naar de bioscoop zijn gegaan. Maar persoonlijke berichten vind ik echt heel erg bijzonder. Ik heb een keer bericht van iemand gehad die me bedankte. Ze zei dat zij al jarenlang in een depressie zat, maar dat hij na het zien van mijn film er zo blij uit was gekomen. Dat is voor mij heel leuk om te horen, maar ook voor het hele team. Je maakt zo’n film natuurlijk niet alleen, echt is een echte teamsport.

– Wat is je grootste les geweest? / Wat is je grootste misser?

Missers gebeuren altijd wel. We hebben allemaal wel eens meegemaakt dat je vergeet de camera aan te zetten of dat er iets misgaat met het gedraaide materiaal. Maar dat hoort er ook gewoon bij. Mijn grootste les is wel “Never give up”. Leer van je fouten. En blijf vooral doorgaan. Dat is soms heel moeilijk. Zeker in de filmwereld omdat het een harde wereld is. In principe hebben ze je nodig omdat je iets goed kan, niet omdat je aardig bent. Ze willen kwaliteit en uiteindelijk gaat het natuurlijk ook om geld. Maar als je ambitie is “Elke dag een beetje beter dan de dag ervoor”, dan kom je er wel. Je leert namelijk altijd bij. Ik word vaak verrast door jonge acteurs. Sommigen brengen vaak iets unieks. Dan komen er zulke pareltjes voorbij, dat je denkt: “Waar haal je het vandaan?’ Dat inspireert mij dan weer voor nieuwe aanpakken en nieuwe werkwijzen. Dat kan heel verfrissend zijn.

– Hoe denk je dat Equs-film Nieuwe Talent het beste kan helpen in hun carrière?

Ik denk dat het heel belangrijk is dat je mensen met talent koppelt aan mensen met ervaring. Want er is er zo ontzettend veel talent. Dat kan zijn op acteergebied, op camera gebied, op regie, op scenario, montage en licht en nog veel meer. Maar het doel moet niet zijn om die mensen te vormen naar de mensen die al gevestigd zijn.  Maar juist dat de nieuwe mensen geïnspireerd raken en hun eigen weg leren bewandelen. Talent moet juist de kans krijgen om zichzelf uniek te ontwikkelen. Zo zie ik dat.

 – Waar ben je momenteel mee bezig? / – Wat zijn je toekomstige ambities?

Ik ben net klaar met de nabewerking van de film ‘het feest van tante Rita’ die in december in de bioscoop komt. En op dit moment draait in de bioscoop nog steeds ‘huis op stelten’ en er is net twee weken geleden een nieuwe sinterklaasfilm gelanceerd ‘Gespuis in de speelgoedkluis’. Daarnaast ben ik druk in de voorbereiding voor een nieuwe speelfilm die we binnenkort gaan draaien. Dan weet ik al dat ik in februari een film ga draaien, in maart een buitenlandse film en  verder ben ik nog gevraagd voor 2 andere mooie uitdagende films komend jaar. En dan maak ik ook nog samen met documentaire maker Olaf Koelewijn documentaires over allerlei onderwerpen. Het is dus eigenlijk best wel heel erg druk. Maar ik vind het zo leuk! Het is bijna een way of life geworden.

 – Dan nog de kettingvraag van Nieuw Talent regisseur Marijn Liek voor jou:

Marijn: ‘Mijn vraag aan Goof is waar hij zijn inspiratie vandaan haalt voor nieuwe methodes om te werken. Ikzelf luister veel podcasts en ik kijk veel films, dat is natuurlijk een inspiratie. Als cameraman ben je natuurlijk iets technischer, misschien is er een bepaalde maker waar hij zijn inspiratie vandaan haalt.’

Goof: Ik lees heel veel op internet. Ik ben geabonneerd op heel veel groepen en artikelen. Ik ben altijd aan het kijken en lezen. Ik kijk heel graag films. Vooral ook nieuwe films van onbekende makers. En ik mag ik ook meedenken met de ontwikkeling van nieuwe apparatuur. Het is ontzettend leuk om in zo’n team te zitten en er een klein beetje bij betrokken te zijn. Artistiek gezien haal ik ook veel uit de natuur en kunst. Bijvoorbeeld hoe het licht valt in de ochtend. Maar ook hoe oude schilders het licht gebruikten in hun schilderijen. Ik heb voor Warner Bros een documentaire mogen maken van Rembrand en daardoor heb ik in musea met mijn neus op zijn schilderijen gestaan. Hoe is het mogelijk dat hij dat licht zo heeft kunnen vangen? Camerawerk is voor 200 procent licht. Vergelijk het met het zien van een prachtige een zonsondergang terwijl je een wijntje drinkt. Dat gevoel probeer je als cameraman te pakken.

– En dan mag jij nog een vraag stellen aan Nieuw Talent en vakgenoot DoP Jan van Ooijen:

Ik zou graag willen weten wat Jan heeft doen besloten om dit werk te gaan doen. Voor mij waren dit mijn opa en mijn vriendje Arnoud. Wat is voor Jan nou de reden om dit te gaan doen?

Lees meer

Filmmaker van de maand: Marijn Liek

Marijn was altijd al bezig met video’s maken en films kijken en raakte daar tijdens zijn studie Media & Entertainment Management nog meer in geinteresseerd. Wanneer hij een productiestage doet bij EQUS FILM (Voorheen IFAN) wordt het productievuurtje aangewakkerd. Na zijn HBO doet hij een master Film Producing in Cardiff UK en produceert hij de short ‘the Path we take’. Als hij terug in Nederland is sluit hij zich weer aan bij EQUS. Hij is daar verantwoordelijk voor de artistieke tak en samen met Muriël (Horst) beginnen ze vaker op hoger niveau korte films te produceren zoals ‘Screwed’ (Tim ‘Moffenmeid’ (Raymon Hilkman) en ‘De overkammer’ (Raymon Hilkman). Daarnaast regisseerde hij de korte docu ‘Wasim’ en begin  dit jaar ook de door hem zelf geschreven korte film ‘Komt een man bij de Bakker’ met in de hoofdrol Thomas Luyn.

 

– Je loopt al jaren mee bij EQUS FILM (voorheen IFAN) waarbij je als voorzitter van de EQUS ACADEMY de korte films van nieuwe makers begeleid. Hoe was het om voor het eerst zelf zo’n Nieuwe Maker te zijn?

Ik loop al 10 jaar mee, dus ik ken het bedrijf goed. Om zelf zo’n Nieuwe Maker te zijn was wel even anders. Het heeft een behoorlijk lang voortraject gehad door COVID. Ik denk dat Muriël van EQUS en ik drie jaar geleden hadden besloten dat we deze film zouden maken en dat ik het ook zou regisseren. Maar door COVID had ik dus wel even de tijd om er aan te wennen. Ik had ook al eerder een korte documentaire gedaan met EQUS, maar dat is toch echt anders dan fictie. Gelukkig had ik een cameraman die ik al goed kende, dus dat voelde allemaal heel goed. We hadden een klein team en gelukkig was iedereen heel enthousiast. Het hielp natuurlijk dat ik de set al ken vanuit een andere rol. We wisten van tevoren al goed wat we precies wilden en het waren ook niet de meest ingewikkelde opnames. Daarnaast hadden we een geweldige cast die heel goed mee werkten. En het vertrouwen wat ik van Muriël krijg is ook heel fijn.

 

– Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

Ik denk zelf de korte film ‘Screwed’ (EQUS FILM 2018). Ik heb een jaar de master Film Producing in Cardiff, Wales, gedaan. Ik had daarvoor al stagegelopen bij EQUS FILM en toen ik terugkwam vroeg Muriël of ik weer wilde helpen om korte films te gaan produceren. ‘Screwed’ was eigenlijk het eerste project wat we hebben gedaan en het was ook best wel een pittig project. We moesten filmen op meerdere locaties, we hebben subsidies moeten aanvragen en we hadden een grote crew. Dat was veel werk, maar dat heeft er ook wel voor gezorgd om meer te gaan doen met EQUS. Ook heb ik op set een aantal mensen leren kennen, zoals Raymon (Hilkman) met wie we vervolgens een aantal films hebben gedaan. Dus dat was wel de film die het opzetje was naar het nieuwe EQUS en ook voor mij persoonlijk.

 

– Waar ben je het meest trots op?

Qua productie denk ik dat ‘Screwed’ zeker één van de projecten is waar ik heel trots op ben. Ook mijn afstudeerfilm ‘The Path we Take’ (2016) ben ik trots op. Die film heb ik gemaakt toen ik nog in Wales studeerde en daar moest ik alles helemaal zelf doen. We hebben het opgenomen in Frankrijk met een Nederlands/Belgische crew en Engelse acteurs, dus dat was heel veel. Ik was heel blij en trots dat alles goed is uitgekomen. Op dit moment ben ik trots op mijn laatste film ‘Komt een man bij de Bakker’ (2022). Mede ook omdat de aanloop ernaartoe zo lang was en we daardoor met veel tegenslagen om moesten gaan. Daarnaast heb ik het script zelf geschreven en voor het eerst de regie gedaan van een fictiefilm. Maar ik denk dat er niet één productie is waar ik het meest trots op ben, ik ben eigenlijk op ieder project altijd wel trots.

 

– Wat is je grootste misser?

Dat is natuurlijk een beetje lastig, aangezien er altijd mensen aan verbonden zijn. We hebben een paar jaar geleden een korte documentaire gedaan, ‘Wasim’, daar waren we heel trots op. Het is een mooi verhaal met een mooi karakter. Maar we hadden een lastige aanloop ernaartoe. Deze documentaire zou eigenlijk een afstudeerproject zijn van een student, maar die persoon bleef plotseling weg en toen heb ik op het laatste moment de regie heel snel moeten overnemen. Achteraf vind ik dat we daar meer tijd voor hadden moeten nemen, dan was het onderwerp beter tot z’n recht gekomen. En dat is achteraf wel jammer natuurlijk. Maar het is een leerproces en ik vind de film nog steeds hartstikke mooi en de boodschap van Wasim is ook heel mooi.

 

– Hoe denk je dat EQUS FILM Nieuw Talent het beste kan helpen in hun carrière?

Onze kracht is vooral dat we vaak met mensen werken die niet de filmacademie hebben gedaan. De filmacademie is heel goed, maar die mensen hebben vaak al een wat snellere weg naar de industrie en makers bij ons zijn vaak van de HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) of hebben helemaal geen filmschool gedaan. Zij zijn vaak gewend om van niets iets moois te maken. Wij kunnen hen dan de ondersteuning geven die ze vaak na hun studie nodig hebben. Ook zijn er bij ons ervaren makers aangesloten en daar kan je als Nieuwe Maker natuurlijk erg veel van leren. We bieden een steuntje in de rug. Steeds meer mensen kennen EQUS FILM ook, we worden op steeds meer evenementen vertoont, dus dat helpt ook.

 

– Wat zijn je toekomstige ambities?

Met EQUS zijn we nu bezig een korte film van Ronald Giphart (schrijver) en zijn dochter en daar help ik aan mee. Daarnaast ben al een tijdje bezig met een animator omdat we ook graag een korte animatie wilden maken. Maar dat traject kost heel veel tijd. Ik heb het verhaal zelf geschreven en de animator is al bezig met het animeren. Maar het is een tijdrovend proces, dus het is moeilijk in te schatten wanneer dat af zal zijn. En misschien dat ik volgend jaar weer iets ga schrijven. Ik weet niet of ik per se ook weer iets wil regisseren, ik denk dat mijn kracht meer bij de productie en het schrijven ligt.

– Dan nog de kettingvraag van scenarist Lars Boom voor jou: Zijn er wel eens momenten dat je moedeloos bent en dat je denkt “waarom doe ik het nog?”

Moedeloos is misschien een beetje te groot woord, maar ik doe bijvoorbeeld ook vaak de distributie van onze films, dus het inzenden naar festivals. Dat is wel een heel moeilijk traject, er zijn zoveel festivals het is heel moeilijk om in te schatten waar je kans maakt. Daarnaast krijgen de meeste festivals honderden, soms duizenden, inzendingen en je moet er maar net tussenkomen. De films die wij maken zijn vrij commercieel en de meeste festivals zijn iets artistieker, dus dat is voor ons een nadeel. Uiteindelijk is het wel belangrijk dat je films maakt waar je zelf achterstaat. Maar het is soms wel frustrerend als je tien keer achter elkaar te horen krijgt dat je film niet geselecteerd is. Daar word je soms een beetje moedeloos van. Maar vervolgens heb je een reeks waarin je film veel wordt vertoond en dat motiveert dan weer. Zeker als je veel leuke reacties erop krijgt.

 

– En dan mag jij nog een vraag stellen aan Goof de Koning; DoP (camera) van vele Nederlandse films-en series.

Mijn vraag aan hem is waar hij zijn inspiratie vandaan haalt voor nieuwe methodes om te werken.

Ikzelf luister veel podcasts en ik kijk veel films, dat is natuurlijk een inspiratie. Als cameraman ben je natuurlijk iets technischer, misschien is er een bepaalde maker waar hij zijn inspiratie vandaan haalt.

Lees meer

Filmmaker van de maand: scenarist LARS BOOM

Lars Boom is een bekende Nederlandse scenarioschrijver, auteur, acteur, presentator en raadslid. Boom schreef scenario’s voor komedieseries als Zeg ‘ns Aaa, Oppassen!!!, Flodder en SamSam en dramaseries als Westenwind, Dok 12 en Sprint! Hij was tevens scenarist van films als Snuf de hond in oorlogstijd, Penny’s Shadow, Toen was geluk heel gewoon, Michiel de Ruyter, Apenstreken en Tuintje in mijn hart.

– Je bent zelf een bekende Nederlandse scriptschrijver en al heel lang betrokken bij EQUS FILM (voorheen IFAN). Vind je het belangrijk dat de ervaren makers de jonge makers ondersteunen en waarom?

Ja, zeer belangrijk. Omdat het namelijk ook omgekeerd werkt, daar denken de meeste mensen niet aan. De meeste jonge mensen zijn minder gestructureerd, maar het voordeel daarvan is dat je daardoor ook weer nieuwe ideeën kunt krijgen. Het werkt altijd vice versa, je werkt nooit 1 op 1. Dat is voor mij het meest belangrijke.

– Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

Dat ik ooit voor de comedy Zeg ‘ns Aaa een spec script hebt geschreven en dat vonden ze goed. Op die manier ben ik toen de tv ingerold. Ik schreef daarvoor ook al voor theater. Theater krijg je makkelijker van de grond dan een film. Je moet meters maken met schrijven en dat kan in theater. Maar in TV of film is dat veel moeilijker, tenzij je bijvoorbeeld al op een filmacademie zit. Maar in principe zeg ik altijd tegen mensen dat als het niet lukt in film of TV, probeer het dan eerst eens in het theater. Vraag of mensen een stuk van je willen spelen zodat je het zelf kan voelen en zodat je leert wat goed werkt. In het theater kan je bijvoorbeeld bij een amateurclub eens voorstellen dat je voor hen eens iets gaat schrijven, zo simpel kan het zijn. Of wellicht kan je voor een cabaretier iets grappigs schrijven. Probeer buiten de gebaande paden te denken en werken en desnoods schrijf je bijvoorbeeld een gratis kolom voor een blad. Het maakt allemaal niet uit, maar schrijf, schrijf, schrijf! Maar je moet wel enorm gemotiveerd zijn om te schrijven want je moet begrijpen dat je er geen reet mee verdient soms. Dat is nou eenmaal zo. En dan moet je toch proberen door te schrijven en dat is heel lastig.

– Waar ben je het meest trots op?

Dat vind ik heel lastig, omdat dingen achteraf altijd beter kunnen. Achteraf leer je pas van je fouten. Maar ik ben gewoon blij dat ik schrijf. En dat er stukken gespeeld en gedaan worden van mijn werk en dat er films gemaakt worden van wat ik geschreven heb, daar ben ik trots op. Een film als Michiel de Ruyter (2015) is natuurlijk extra bijzonder omdat dat zo groots was. En dat dat gelukt is vind ik natuurlijk fantastisch. Maar er zijn ook andere films waar ik heel trots op ben zoals bijvoorbeeld Penny’s Shadow (2011). Dat is een film voor paardenmeisjes. Dat was een wereld die ik totaal niet kende, maar het is dan juist ontzettend leuk om in die wereld te duiken en daar een film voor te schrijven. Ik hou daar erg van.

– Grootste misser?

Nee, niet echt. Ik heb dat nooit omdat ik gewoon de consequenties aanvaar, dat het soms wel eens niet kan lukken. Dat ligt net zo goed aan jezelf als aan anderen. Jij maakt de keuzes. Ook al zou ik iets schrijven wat ik achteraf vreselijk vind, ik zou in dat geval nooit mijn naam daarvan laten weghalen. Omdat ik vind dat het de consequentie van je keuze is. Als het dan mislukt hoef je je daar niet voor te schamen. Het voordeel van al lang schrijven is dat je je niet meer zo snel gekwetst voelt. Ik denk dat dat ook belangrijk is, als schrijver zijnde moet je je ego niet zo belangrijk maken. Als je je ego heel belangrijk vindt, schrijf dan een boek of een gedicht of een song waar jouw ego het aller duidelijkste naar voren komt. Het is natuurlijk wel zo dat je altijd schrijft zoals je bent, je bent nooit ego-loos. Maar met ego en trots kan je heel veel dingen stuk maken. Als er iets niet lukt is het heel makkelijk om een ander de schuld te geven. Maar doe dat nooit. Probeer te ontdekken wat er bij jou lag en waarom je dan eigenlijk gekwetst was. Het gebeurt heel vaak, vooral in het begin van je carrière, dat je gekwetst wordt door kritieken. Door schade en schande word je wijs. Mensen die voor hun beroep kritiek geven op jouw werk doen dat alleen in veronderstelling dat het zo beter kan worden, nooit om je te kleineren of naar beneden te halen. Hoe je je kritiek verwoord is daarom heel belangrijk. Kritiek op de schrijver zelf hoort niet, ga dan persoonlijk in gesprek met die persoon.

– waar ben je momenteel mee bezig?

Ik ben nu bezig met het verhaal van een heel oud vliegtuig, de Pander Postjager. Dat speelt zich af in de jaren 30. Het is eigenlijk een vergeten vliegtuig tragedie uit de tijd van dat de vliegtuigen nog van  hout en linnen werden gemaakt.  Dat verhaal is op zich bekend, maar wat ik nu doe is research naar de politiek van die tijd. Dus ik probeer dit verhaal te plaatsen in de politieke wereld van Nederland van toen. Ik laat het karakter, een verzonnen karakter, een tegenbeweging zijn. In die tijd was er een gigantische crisis en de vakbeweging probeerde toen om de regering te bewegen om anders te handelen. Ik vind het heel interessant om dit verhaal in die tijd neer te zetten en er een karakter bij te hebben die net anders is dan de hoofdpersoon. Ik zoek echt de tegenstelling op in dit verhaal.

Dan hebben we nog de kettingvraag van visagiste Julia Warmerdam voor Lars.– Kettingvraag: Wat zou je nieuwe makers als les mee willen geven?

Vooral meters maken, veel schrijven! Ik zou ze willen meegeven dat ze niet te veel in de boekjes moeten lezen hoe je scripts zou moeten schrijven. Luister niet te veel naar de mensen die vertellen hoe je moet schrijven. Luister vooral eerst naar je intuïtie, dan merk je later wel of je structuur klopt van je verhaal. Als je problemen hebt met je structuur dan kan je altijd nog gaan lezen hoe andere mensen dat oplossen. Laat nooit je intuïtie wegdrukken door advies van anderen.

-Dan nog de kettingvraag voor beginnend schrijver-regisseur Marijn Liek; Wat zou je hem willen vragen?

Zijn er wel eens momenten dat je moedeloos bent en dat je denkt ‘waarom doe ik het nog’?

Voor iedereen is dat denk ik wel herkenbaar. De ene dag denk je ‘het is goed wat ik doe’ en de volgende dag denk je ‘waar ben ik mee bezig’. Om hier overheen te komen word ik de volgende dag gewoon weer wakker met een positieve mentaliteit en ga ik er gewoon weer voor.

 

Lees meer

Filmmaker van de maand: JULIA WARMERDAM!!!

 Julia Warmerdam is in 2020 afgestudeerd aan ROC van Amsterdam als Allround Grimeur. Tijdens haar opleiding heeft ze al verschillende stages en opdrachten mogen doen om te werken aan haar naamsbekendheid. Zo werkte ze in 2018 o.a. aan de korte films ‘Stille Dorst’ en ‘De Binocle’. In 2019 aan ‘Moffenmeid’ (bekend van regisseur Raymon Hilkman) en ‘Mees Kees in de Wolken’. In 2021 werkte ze aan de TV-films ‘Funda’, ‘Kaj’s Stappenplan’ en de korte film ‘De Overkammer’ (bekend van Victor Löw). 

– Wat zie je zelf als de start van je carrière? 

Veel energie steken in de stages tijdens mijn studie heeft geholpen om aan mooie projecten mee te werken. En als je een keer niet kan, dat je niet zomaar ‘nee’ zegt, maar je kijkt of je iemand anders voor die klus kan regelen. Toen ik afgestudeerd was had ik eigenlijk een musical en een theatervoorstelling staan, als werk. Alleen toen kwam corona, want ik ben in de coronatijd afgestudeerd. Dus dat ging allemaal niet door. Mijn school vroeg of ik wilde blijven en of ik wilde assisteren bij de special effect lessen op school, dat ben ik toen gaan doen. Ik denk dat dat voor mij heel erg heeft geholpen want daardoor werkte ik ook veel op school al samen met mensen waar ik nu ook naast school nog veel mee werk. Ik denk dat het helpen met lesgeven mij meer in contact met mensen van het vak heeft gebracht. 

– Waar ben je het meest trots op? 

Er zijn een paar producties waar ik aan mee heb mogen werken, daar mag ik helaas voorlopig nog niks over zeggen. Voordat dit uitkomt duurt nog wel dik een jaar. Het is met een leuk team en om dan samen tot een eindproduct te komen vind ik mooi. 

Ik heb de opleiding tot allround grimeur gedaan, dus ik kan visagie en haarstyling, maar ook special effects. Dat is waar ik nu voornamelijk mee bezig ben. Daar ligt mijn voorkeur ook wel. Het maakproces van de applicaties die we op mensen plakken vind ik ook superleuk. Ik denk dat het voor mij een voordeel is dat ik ook kennis van haar en visagie heb. Ik zie het feit dat ik breed geschoold ben als een sterk punt. En het is fijn als je kan werken met je voorkeur. In eerste instantie pak je natuurlijk alles aan wat kan en ik vind het soms alsnog leuk om alleen maar visagie te doen, ligt aan het project natuurlijk. Als het met leuke mensen is die ik al lang ken, dan is het hartstikke gezellig. Het is zeker fijn dat de optie voor het ‘kiezen van projecten’ er nu al een beetje voor mij is. 

Ik ben heel blij dat ik in het vak kan werken en dat ik daar volledig mee aan de slag kan. Ik ben veel aan het werk op school, daar ga ik nu wel minder lesgeven. Daarnaast doe ik klussen voor mezelf, maar ik werk ook veel bij een collega van school, hij heeft zijn eigen atelier in Enschede. 

– Grootste misser? 

Ik denk sowieso met special effects, je gaat dan altijd weer opnieuw een proces door. En ik heb echt wel een paar keer gehad dat ik dacht dat ik het niet kon. Omdat er altijd wel een moment komt in het proces waar het niet lukt en dat je niet zo goed snapt waarom. Maar dat is juist ook het leuke van het vak, dat je zo oplossingsgericht moet gaan denken. Waarom werkt het niet en hoe moet ik dit oplossen. Je moet toch iets neerzetten wat van kwaliteit is. Ik ben best kritisch op mijn eigen werk. Ik wil bijvoorbeeld wel gewoon de film kunnen zien zonder dat ik alleen maar kijk naar de foutjes die erin zitten. 

– Waar ben je momenteel mee bezig? 

Naast de nu nog geheime projecten ben ik nu ook bezig een andere klus. In samenwerking met de Haagse Hogeschool, daarvoor ben ik realistisch lesmateriaal aan het maken. Bijvoorbeeld een oedeem been wat de student als kous zeg maar aan kan trekken, wat voelt en eruitziet als een been met vocht, wat de student hand omzwachtelen en behandelen. Dus dat is ook leuk, dat het niet alleen maar film en theater is, maar juist ook het medische gedeelte in dit geval. Het moet dus heel realistisch zijn, het moet lang meegaan, de studenten moeten er makkelijk mee om kunnen gaan en het moet goed voelen. Hele andere eisen, en dat vind ik heel erg leuk. Echt een andere tak. 

Vorige maand hebben we in het gesprek met Victor Löw gevraagd of hij jou iets wilde vragen. Hij heeft bij je in de stoel gezeten voor de film ‘De Overkammer’, jij hebt hem toen afgegoten. Hij is benieuwd of je veel acteurs in paniek op je stoel hebt gehad. 

Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Maar ik denk dat dat vooral ligt aan hoe jij als make-up artiest daarmee omgaat. Het is belangrijk dat je iemand heel goed informeert en laat weten dat er eigenlijk niks fout kan gaan. Dat je het proces aan iemand uitlegt zodat ze weten wat er gaat gebeuren en dat je tegen de persoon blijft praten gedurende het proces. Ik zorg voor een rustige ruimte met muziek, als die persoon dat wil. Mensen zijn vaak bang voor het beeld dat ze hebben of dingen die ze al gehoord hebben, terwijl het eigenlijk best wel rustgevend kan zijn. Sommige mensen vallen zelfs in slaap. Als er echt problemen zijn, als iemand bijvoorbeeld slecht door zijn neus kan ademhalen, dan kan je altijd de neus nog niet maar later pas doen. Het is dan voor mij meer een puzzel om dit later dan weer in elkaar te zetten. En we gaan naar een toekomstbeeld waar veel meer met 3D en scanners en computers gedaan wordt. Dus dat je iemand gewoon kan scannen zodat je het gezicht in een bestand hebt, dat is waar we naar toe gaan. Dit is iets waar ik nog wel in zou willen ontwikkelen want het gaat komen. Er worden nu al mensen ingescand en dan op de computer iets opgemaakt dan een mal geprint en daarmee gewerkt. Daar moet ik dus wel in mee, die ontwikkeling gaat zo snel. Het is nog niet echt goedkoop om het in de computer te doen. Het is voor ons bijvoorbeeld heel belangrijk om iemand z’n huidtextuur hebben, dat kan met sommige printers en scanners al maar ook niet met alle. Dan is het afgieten van iemand daar nog wel goed voor. Misschien over een tijd komen er zelf siliconen prosthetics uit de printen gerold, dan wordt het helemaal een dingetje. Het zijn alleen maar meer leermomenten, het is de toekomst, waar ik nog veel van kan leren. 

De volgende persoon die we zullen interviewen is de scriptschrijver Lars Boom (van Michiel de Ruiter en ‘tuintje in mijn hart’). Wat zou jij aan hem willen vragen? 

Ik zou hem dit willen vragen: Wat zou je nieuwe makers als les mee willen geven? 

 

Lees meer

FILMMAKER VAN DE MAAND: VICTOR LÖW!

GT (Gevestigd Talent) Victor Löw (1962) is een bekende Nederlandse acteur. Hij speelt zowel op het toneel als in televisie en film. Zijn eerste filmrol was een bijrol in De Noorderlingen van Alex van Warmerdam. Daarna speelde hij onder meer in De flat en in de Oscar-winnende films Antonia (1995) en Karakter (1997). Voor zijn rol als de crimineel Jack in Lek (2000) kreeg hij een Gouden Kalf. En Victor vervulde de rol van ‘de mond’ in de korte film @de overkammer van Raymon Hilkman die Equs Film mede produceerde.

Wat zie je zelf als de start van je carrière?

De start van mijn carrière is een toneelstuk dat heet ‘een bruid in de morgen’ bij de Haagse Comedie in 1986, ik was 24 en was net klaar met de Toneelschool. Meteen na de toneelschool was dat mijn eerste rol in het gesubsidieerde toneel.

Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

De rol in het bovengenoemde toneelstuk was al direct een grote rol. Ik speelde een jongen van 18 toen ik 24 was, maar dat ging natuurlijk wel. Ik kwam toen vast bij het gezelschap van de Haagse Comedie. Maar toen ik daar twee jaar zat werd de Haagse Comedie opgeheven na 40 jaar. Mijn eerste twee jaar bleken hun laatste twee jaar te zijn. Dit werd daarna het Nationale Toneel, opgericht door Hans Croiset en dat heet nu het Nationale Theater. Na drie jaar ben ik toen naar Antwerpen gegaan waar ik op de Toneelschool heb gezeten. Na deze periode heb ik bij de Blauwe Maandag Compagnie vier jaar gespeeld. Daar heb ik heel veel geleerd en dat heb ik met extreem veel genoegen gedaan. Daarna ben ik freelancer geworden. In totaal heb ik zeven jaar in vast dienst gewerkt, verspreid over drie gezelschappen. Maar langzaam aan ben ik toen steeds meer televisie en film gaan doen en heb ik de stap gemaakt naar Joop van den Ende waar ik vier jaar gewerkt heb bij stageholding. Hierna heb ik een jaar of 6 ‘De Verleiders’ gedaan bij Inge Bos Theaterproducties. Een mooie productie die gaat over de analyse van de macht binnen ons kapitalistische systeem. En toen brak corona uit en ging alles voor twee jaar in Lockdown. Dat was voor mij een omwenteling want nu is alles anders voor mij.

Waar ben je het meest trots op?

Het meest trots ben ik op ‘De Openbaring’, mijn meest recente werk. Dit gaat over een man die Godsdienstwaanzinnig wordt in tijden van Corona. We hebben hier 16 jaar over gedaan. Het script voor deze film lag al jaren in de kast, maar een grote verandering in mijn persoonlijke leven heeft ervoor gezorgd dat ik de film na al die jaren toch gemaakt heb. Daarnaast sloot het idee goed aan bij de factoren tijdens de Coronacrisis.

Wat is je grootste misser?

Het is niet ‘des showbizz’ om dat te zeggen. Je kan natuurlijk een misser hebben gemaakt kijkend naar de box office, dat niemand het gezien heeft of zo. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je jezelf vreselijk vindt. En het is een mening op zich, anderen vonden het misschien wel geslaagd. Voor mij is mijn beste recente werk ‘De Openbaring’ ontzettend bijzonder omdat je er 16 jaar naar toe leeft en als je het dan uiteindelijk voor elkaar krijgt is dat gewoon geweldig. Dus dat is al succes. Maar er kunnen allerlei verschillende kanten aan succes en missers zitten. ‘De Prooi ‘(2016) van Dick Maas, had hele goede recensies maar er zijn maar 30.000 mensen naar toe geweest en dat is voor een Dick Maas film bijna een ramp. Daar horen gewoon minimaal 4 of 500.000 mensen heen te gaan. Maar in China scheen het een hit te zijn. Dus bepaalde projecten kunnen missers zijn vanuit het ene publiek maar een hit vanuit het andere publiek.

Is een bedrijf als Equs-film dat Nieuw Talent een kans geeft van belang voor nieuwe makers?

Met EQUS FILM heb ik een korte film gemaakt, ‘De Overkammer’ (2021). Ik vind het belangrijk dat beginnende mensen in de industrie een podium krijgen. Je ziet overal: we zoeken personeel, ervaring gewenst. Hoe moet je beginnen? Ooit moet je ergens beginnen terwijl je de ervaring nog niet hebt. Anders kan je het ook niet opdoen. Dus ik heb ontzettend genoten van mijn samenwerking met het nieuwe talent, regisseur Raymon Hilkman. En ik heb begrepen dat hij het op festivals heel goed doet. Het is heel goed gespeeld en heel kort en origineel. Een goede film en een meesterlijk idee, dat is kunst.

Waar ben je momenteel mee bezig?

Naar aanleiding van alles wat niet doorging door Corona ben ik een filmbedrijf begonnen. Ik heb allemaal ideeën en titels die ik moet verwerken. Ik moet de hort op om te kijken of ik distributie en afzet kan vinden. Ik heb zoveel energie gekregen toen ‘De Openbaring’ doorging dat ik dacht dat ik andere dingen misschien toch ook wel zou kunnen doen. Je probeert altijd die boog van werk goed strak te houden en je hebt dan allemaal ideeën die je te binnenschieten maar daar komt dan nooit iets van. Nu is de tijd er voor!

Dan hebben we nog de kettingvraag van Raymon Hilkman voor jou.

Wat is het verschil tussen de acteur Victor Löw tegenwoordig (nu) en de acteur Victor Löw die net was afgestudeerd aan de toneelschool?

Tot kort geleden had ik een heel steady ritme. Maar door de coronacrisis is mijn hele leven op z’n kop gezet. Mijn hele ritme van m’n 24e tot 57e is helemaal doorbroken. Ik hoor het van andere mensen ook, die 20 of 30 jaar een leven hadden waar cultuur een heel groot deel van hun bestaan was, hebben nu een hele andere stijl. Het is gewoon doorbroken!

En dan de kettingvraag. Je hebt samen gewerkt met visagist en Nieuw Talent Julia Warmerdam bij ‘de Overkammer’. Wat zou je haar willen vragen?

Zij is een visagiste en heeft meegewerkt aan De Overkammer. We hadden toen een afgietsel van mijn gezicht nodig om een mond te kunnen maken. Zij heeft mij toen ‘afgegoten’. Ik val altijd bijna in slaap bij dit soort dingen. Ze zetten namelijk een muziekje op en alle geluiden om je heen worden steeds meer gedempt door alle lagen die je over je heen krijgt. Maar je wordt wel helemaal dicht gesmeerd. Je hebt wel gaten in je neus om te ademen maar verder is alles dicht. Dus als je moet hoesten is dat een probleem want dan moeten ze je bevrijden. Als je claustrofobie hebt kan je dat eigenlijk niet doen. Mijn vraag aan haar is dan ook of ze veel acteurs in paniek heeft meegemaakt bij dit soort werk.

Lees meer

IN THE BEGINNINGS

De begin avonturen van Nieuw Talent (NT) en Gevestigd Talent (GT) in de filmwereld

FILMMAKER VAN DE MAAND MEI

RAYMON HILKMAN

NT (Nieuw Talent) Raymon (Ray) Hilkman is regisseur en schrijver. Hij is in 2019 afgestudeerd aan de Hoge School voor de Kunsten (HKU) in Utrecht. Hij is bekend van The Shame (2015) en René van Nie; Kind van de Zon (2015), KOUD (2017), Moffenmeid (2019) en de OVerkammer (2021).

– wat zie je zelf als de start van je carrière? (meer…)

Lees meer