Blog

Filmmaker van de maand: Marijn Liek

Marijn was altijd al bezig met video’s maken en films kijken en raakte daar tijdens zijn studie Media & Entertainment Management nog meer in geinteresseerd. Wanneer hij een productiestage doet bij EQUS FILM (Voorheen IFAN) wordt het productievuurtje aangewakkerd. Na zijn HBO doet hij een master Film Producing in Cardiff UK en produceert hij de short ‘the Path we take’. Als hij terug in Nederland is sluit hij zich weer aan bij EQUS. Hij is daar verantwoordelijk voor de artistieke tak en samen met Muriël (Horst) beginnen ze vaker op hoger niveau korte films te produceren zoals ‘Screwed’ (Tim ‘Moffenmeid’ (Raymon Hilkman) en ‘De overkammer’ (Raymon Hilkman). Daarnaast regisseerde hij de korte docu ‘Wasim’ en begin  dit jaar ook de door hem zelf geschreven korte film ‘Komt een man bij de Bakker’ met in de hoofdrol Thomas Luyn.

 

– Je loopt al jaren mee bij EQUS FILM (voorheen IFAN) waarbij je als voorzitter van de EQUS ACADEMY de korte films van nieuwe makers begeleid. Hoe was het om voor het eerst zelf zo’n Nieuwe Maker te zijn?

Ik loop al 10 jaar mee, dus ik ken het bedrijf goed. Om zelf zo’n Nieuwe Maker te zijn was wel even anders. Het heeft een behoorlijk lang voortraject gehad door COVID. Ik denk dat Muriël van EQUS en ik drie jaar geleden hadden besloten dat we deze film zouden maken en dat ik het ook zou regisseren. Maar door COVID had ik dus wel even de tijd om er aan te wennen. Ik had ook al eerder een korte documentaire gedaan met EQUS, maar dat is toch echt anders dan fictie. Gelukkig had ik een cameraman die ik al goed kende, dus dat voelde allemaal heel goed. We hadden een klein team en gelukkig was iedereen heel enthousiast. Het hielp natuurlijk dat ik de set al ken vanuit een andere rol. We wisten van tevoren al goed wat we precies wilden en het waren ook niet de meest ingewikkelde opnames. Daarnaast hadden we een geweldige cast die heel goed mee werkten. En het vertrouwen wat ik van Muriël krijg is ook heel fijn.

 

– Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

Ik denk zelf de korte film ‘Screwed’ (EQUS FILM 2018). Ik heb een jaar de master Film Producing in Cardiff, Wales, gedaan. Ik had daarvoor al stagegelopen bij EQUS FILM en toen ik terugkwam vroeg Muriël of ik weer wilde helpen om korte films te gaan produceren. ‘Screwed’ was eigenlijk het eerste project wat we hebben gedaan en het was ook best wel een pittig project. We moesten filmen op meerdere locaties, we hebben subsidies moeten aanvragen en we hadden een grote crew. Dat was veel werk, maar dat heeft er ook wel voor gezorgd om meer te gaan doen met EQUS. Ook heb ik op set een aantal mensen leren kennen, zoals Raymon (Hilkman) met wie we vervolgens een aantal films hebben gedaan. Dus dat was wel de film die het opzetje was naar het nieuwe EQUS en ook voor mij persoonlijk.

 

– Waar ben je het meest trots op?

Qua productie denk ik dat ‘Screwed’ zeker één van de projecten is waar ik heel trots op ben. Ook mijn afstudeerfilm ‘The Path we Take’ (2016) ben ik trots op. Die film heb ik gemaakt toen ik nog in Wales studeerde en daar moest ik alles helemaal zelf doen. We hebben het opgenomen in Frankrijk met een Nederlands/Belgische crew en Engelse acteurs, dus dat was heel veel. Ik was heel blij en trots dat alles goed is uitgekomen. Op dit moment ben ik trots op mijn laatste film ‘Komt een man bij de Bakker’ (2022). Mede ook omdat de aanloop ernaartoe zo lang was en we daardoor met veel tegenslagen om moesten gaan. Daarnaast heb ik het script zelf geschreven en voor het eerst de regie gedaan van een fictiefilm. Maar ik denk dat er niet één productie is waar ik het meest trots op ben, ik ben eigenlijk op ieder project altijd wel trots.

 

– Wat is je grootste misser?

Dat is natuurlijk een beetje lastig, aangezien er altijd mensen aan verbonden zijn. We hebben een paar jaar geleden een korte documentaire gedaan, ‘Wasim’, daar waren we heel trots op. Het is een mooi verhaal met een mooi karakter. Maar we hadden een lastige aanloop ernaartoe. Deze documentaire zou eigenlijk een afstudeerproject zijn van een student, maar die persoon bleef plotseling weg en toen heb ik op het laatste moment de regie heel snel moeten overnemen. Achteraf vind ik dat we daar meer tijd voor hadden moeten nemen, dan was het onderwerp beter tot z’n recht gekomen. En dat is achteraf wel jammer natuurlijk. Maar het is een leerproces en ik vind de film nog steeds hartstikke mooi en de boodschap van Wasim is ook heel mooi.

 

– Hoe denk je dat EQUS FILM Nieuw Talent het beste kan helpen in hun carrière?

Onze kracht is vooral dat we vaak met mensen werken die niet de filmacademie hebben gedaan. De filmacademie is heel goed, maar die mensen hebben vaak al een wat snellere weg naar de industrie en makers bij ons zijn vaak van de HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) of hebben helemaal geen filmschool gedaan. Zij zijn vaak gewend om van niets iets moois te maken. Wij kunnen hen dan de ondersteuning geven die ze vaak na hun studie nodig hebben. Ook zijn er bij ons ervaren makers aangesloten en daar kan je als Nieuwe Maker natuurlijk erg veel van leren. We bieden een steuntje in de rug. Steeds meer mensen kennen EQUS FILM ook, we worden op steeds meer evenementen vertoont, dus dat helpt ook.

 

– Wat zijn je toekomstige ambities?

Met EQUS zijn we nu bezig een korte film van Ronald Giphart (schrijver) en zijn dochter en daar help ik aan mee. Daarnaast ben al een tijdje bezig met een animator omdat we ook graag een korte animatie wilden maken. Maar dat traject kost heel veel tijd. Ik heb het verhaal zelf geschreven en de animator is al bezig met het animeren. Maar het is een tijdrovend proces, dus het is moeilijk in te schatten wanneer dat af zal zijn. En misschien dat ik volgend jaar weer iets ga schrijven. Ik weet niet of ik per se ook weer iets wil regisseren, ik denk dat mijn kracht meer bij de productie en het schrijven ligt.

– Dan nog de kettingvraag van scenarist Lars Boom voor jou: Zijn er wel eens momenten dat je moedeloos bent en dat je denkt “waarom doe ik het nog?”

Moedeloos is misschien een beetje te groot woord, maar ik doe bijvoorbeeld ook vaak de distributie van onze films, dus het inzenden naar festivals. Dat is wel een heel moeilijk traject, er zijn zoveel festivals het is heel moeilijk om in te schatten waar je kans maakt. Daarnaast krijgen de meeste festivals honderden, soms duizenden, inzendingen en je moet er maar net tussenkomen. De films die wij maken zijn vrij commercieel en de meeste festivals zijn iets artistieker, dus dat is voor ons een nadeel. Uiteindelijk is het wel belangrijk dat je films maakt waar je zelf achterstaat. Maar het is soms wel frustrerend als je tien keer achter elkaar te horen krijgt dat je film niet geselecteerd is. Daar word je soms een beetje moedeloos van. Maar vervolgens heb je een reeks waarin je film veel wordt vertoond en dat motiveert dan weer. Zeker als je veel leuke reacties erop krijgt.

 

– En dan mag jij nog een vraag stellen aan Goof de Koning; DoP (camera) van vele Nederlandse films-en series.

Mijn vraag aan hem is waar hij zijn inspiratie vandaan haalt voor nieuwe methodes om te werken.

Ikzelf luister veel podcasts en ik kijk veel films, dat is natuurlijk een inspiratie. Als cameraman ben je natuurlijk iets technischer, misschien is er een bepaalde maker waar hij zijn inspiratie vandaan haalt.

Lees meer

Filmmaker van de maand: scenarist LARS BOOM

Lars Boom is een bekende Nederlandse scenarioschrijver, auteur, acteur, presentator en raadslid. Boom schreef scenario’s voor komedieseries als Zeg ‘ns Aaa, Oppassen!!!, Flodder en SamSam en dramaseries als Westenwind, Dok 12 en Sprint! Hij was tevens scenarist van films als Snuf de hond in oorlogstijd, Penny’s Shadow, Toen was geluk heel gewoon, Michiel de Ruyter, Apenstreken en Tuintje in mijn hart.

– Je bent zelf een bekende Nederlandse scriptschrijver en al heel lang betrokken bij EQUS FILM (voorheen IFAN). Vind je het belangrijk dat de ervaren makers de jonge makers ondersteunen en waarom?

Ja, zeer belangrijk. Omdat het namelijk ook omgekeerd werkt, daar denken de meeste mensen niet aan. De meeste jonge mensen zijn minder gestructureerd, maar het voordeel daarvan is dat je daardoor ook weer nieuwe ideeën kunt krijgen. Het werkt altijd vice versa, je werkt nooit 1 op 1. Dat is voor mij het meest belangrijke.

– Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

Dat ik ooit voor de comedy Zeg ‘ns Aaa een spec script hebt geschreven en dat vonden ze goed. Op die manier ben ik toen de tv ingerold. Ik schreef daarvoor ook al voor theater. Theater krijg je makkelijker van de grond dan een film. Je moet meters maken met schrijven en dat kan in theater. Maar in TV of film is dat veel moeilijker, tenzij je bijvoorbeeld al op een filmacademie zit. Maar in principe zeg ik altijd tegen mensen dat als het niet lukt in film of TV, probeer het dan eerst eens in het theater. Vraag of mensen een stuk van je willen spelen zodat je het zelf kan voelen en zodat je leert wat goed werkt. In het theater kan je bijvoorbeeld bij een amateurclub eens voorstellen dat je voor hen eens iets gaat schrijven, zo simpel kan het zijn. Of wellicht kan je voor een cabaretier iets grappigs schrijven. Probeer buiten de gebaande paden te denken en werken en desnoods schrijf je bijvoorbeeld een gratis kolom voor een blad. Het maakt allemaal niet uit, maar schrijf, schrijf, schrijf! Maar je moet wel enorm gemotiveerd zijn om te schrijven want je moet begrijpen dat je er geen reet mee verdient soms. Dat is nou eenmaal zo. En dan moet je toch proberen door te schrijven en dat is heel lastig.

– Waar ben je het meest trots op?

Dat vind ik heel lastig, omdat dingen achteraf altijd beter kunnen. Achteraf leer je pas van je fouten. Maar ik ben gewoon blij dat ik schrijf. En dat er stukken gespeeld en gedaan worden van mijn werk en dat er films gemaakt worden van wat ik geschreven heb, daar ben ik trots op. Een film als Michiel de Ruyter (2015) is natuurlijk extra bijzonder omdat dat zo groots was. En dat dat gelukt is vind ik natuurlijk fantastisch. Maar er zijn ook andere films waar ik heel trots op ben zoals bijvoorbeeld Penny’s Shadow (2011). Dat is een film voor paardenmeisjes. Dat was een wereld die ik totaal niet kende, maar het is dan juist ontzettend leuk om in die wereld te duiken en daar een film voor te schrijven. Ik hou daar erg van.

– Grootste misser?

Nee, niet echt. Ik heb dat nooit omdat ik gewoon de consequenties aanvaar, dat het soms wel eens niet kan lukken. Dat ligt net zo goed aan jezelf als aan anderen. Jij maakt de keuzes. Ook al zou ik iets schrijven wat ik achteraf vreselijk vind, ik zou in dat geval nooit mijn naam daarvan laten weghalen. Omdat ik vind dat het de consequentie van je keuze is. Als het dan mislukt hoef je je daar niet voor te schamen. Het voordeel van al lang schrijven is dat je je niet meer zo snel gekwetst voelt. Ik denk dat dat ook belangrijk is, als schrijver zijnde moet je je ego niet zo belangrijk maken. Als je je ego heel belangrijk vindt, schrijf dan een boek of een gedicht of een song waar jouw ego het aller duidelijkste naar voren komt. Het is natuurlijk wel zo dat je altijd schrijft zoals je bent, je bent nooit ego-loos. Maar met ego en trots kan je heel veel dingen stuk maken. Als er iets niet lukt is het heel makkelijk om een ander de schuld te geven. Maar doe dat nooit. Probeer te ontdekken wat er bij jou lag en waarom je dan eigenlijk gekwetst was. Het gebeurt heel vaak, vooral in het begin van je carrière, dat je gekwetst wordt door kritieken. Door schade en schande word je wijs. Mensen die voor hun beroep kritiek geven op jouw werk doen dat alleen in veronderstelling dat het zo beter kan worden, nooit om je te kleineren of naar beneden te halen. Hoe je je kritiek verwoord is daarom heel belangrijk. Kritiek op de schrijver zelf hoort niet, ga dan persoonlijk in gesprek met die persoon.

– waar ben je momenteel mee bezig?

Ik ben nu bezig met het verhaal van een heel oud vliegtuig, de Pander Postjager. Dat speelt zich af in de jaren 30. Het is eigenlijk een vergeten vliegtuig tragedie uit de tijd van dat de vliegtuigen nog van  hout en linnen werden gemaakt.  Dat verhaal is op zich bekend, maar wat ik nu doe is research naar de politiek van die tijd. Dus ik probeer dit verhaal te plaatsen in de politieke wereld van Nederland van toen. Ik laat het karakter, een verzonnen karakter, een tegenbeweging zijn. In die tijd was er een gigantische crisis en de vakbeweging probeerde toen om de regering te bewegen om anders te handelen. Ik vind het heel interessant om dit verhaal in die tijd neer te zetten en er een karakter bij te hebben die net anders is dan de hoofdpersoon. Ik zoek echt de tegenstelling op in dit verhaal.

Dan hebben we nog de kettingvraag van visagiste Julia Warmerdam voor Lars.– Kettingvraag: Wat zou je nieuwe makers als les mee willen geven?

Vooral meters maken, veel schrijven! Ik zou ze willen meegeven dat ze niet te veel in de boekjes moeten lezen hoe je scripts zou moeten schrijven. Luister niet te veel naar de mensen die vertellen hoe je moet schrijven. Luister vooral eerst naar je intuïtie, dan merk je later wel of je structuur klopt van je verhaal. Als je problemen hebt met je structuur dan kan je altijd nog gaan lezen hoe andere mensen dat oplossen. Laat nooit je intuïtie wegdrukken door advies van anderen.

-Dan nog de kettingvraag voor beginnend schrijver-regisseur Marijn Liek; Wat zou je hem willen vragen?

Zijn er wel eens momenten dat je moedeloos bent en dat je denkt ‘waarom doe ik het nog’?

Voor iedereen is dat denk ik wel herkenbaar. De ene dag denk je ‘het is goed wat ik doe’ en de volgende dag denk je ‘waar ben ik mee bezig’. Om hier overheen te komen word ik de volgende dag gewoon weer wakker met een positieve mentaliteit en ga ik er gewoon weer voor.

 

Lees meer

Filmmaker van de maand: JULIA WARMERDAM!!!

 Julia Warmerdam is in 2020 afgestudeerd aan ROC van Amsterdam als Allround Grimeur. Tijdens haar opleiding heeft ze al verschillende stages en opdrachten mogen doen om te werken aan haar naamsbekendheid. Zo werkte ze in 2018 o.a. aan de korte films ‘Stille Dorst’ en ‘De Binocle’. In 2019 aan ‘Moffenmeid’ (bekend van regisseur Raymon Hilkman) en ‘Mees Kees in de Wolken’. In 2021 werkte ze aan de TV-films ‘Funda’, ‘Kaj’s Stappenplan’ en de korte film ‘De Overkammer’ (bekend van Victor Löw). 

– Wat zie je zelf als de start van je carrière? 

Veel energie steken in de stages tijdens mijn studie heeft geholpen om aan mooie projecten mee te werken. En als je een keer niet kan, dat je niet zomaar ‘nee’ zegt, maar je kijkt of je iemand anders voor die klus kan regelen. Toen ik afgestudeerd was had ik eigenlijk een musical en een theatervoorstelling staan, als werk. Alleen toen kwam corona, want ik ben in de coronatijd afgestudeerd. Dus dat ging allemaal niet door. Mijn school vroeg of ik wilde blijven en of ik wilde assisteren bij de special effect lessen op school, dat ben ik toen gaan doen. Ik denk dat dat voor mij heel erg heeft geholpen want daardoor werkte ik ook veel op school al samen met mensen waar ik nu ook naast school nog veel mee werk. Ik denk dat het helpen met lesgeven mij meer in contact met mensen van het vak heeft gebracht. 

– Waar ben je het meest trots op? 

Er zijn een paar producties waar ik aan mee heb mogen werken, daar mag ik helaas voorlopig nog niks over zeggen. Voordat dit uitkomt duurt nog wel dik een jaar. Het is met een leuk team en om dan samen tot een eindproduct te komen vind ik mooi. 

Ik heb de opleiding tot allround grimeur gedaan, dus ik kan visagie en haarstyling, maar ook special effects. Dat is waar ik nu voornamelijk mee bezig ben. Daar ligt mijn voorkeur ook wel. Het maakproces van de applicaties die we op mensen plakken vind ik ook superleuk. Ik denk dat het voor mij een voordeel is dat ik ook kennis van haar en visagie heb. Ik zie het feit dat ik breed geschoold ben als een sterk punt. En het is fijn als je kan werken met je voorkeur. In eerste instantie pak je natuurlijk alles aan wat kan en ik vind het soms alsnog leuk om alleen maar visagie te doen, ligt aan het project natuurlijk. Als het met leuke mensen is die ik al lang ken, dan is het hartstikke gezellig. Het is zeker fijn dat de optie voor het ‘kiezen van projecten’ er nu al een beetje voor mij is. 

Ik ben heel blij dat ik in het vak kan werken en dat ik daar volledig mee aan de slag kan. Ik ben veel aan het werk op school, daar ga ik nu wel minder lesgeven. Daarnaast doe ik klussen voor mezelf, maar ik werk ook veel bij een collega van school, hij heeft zijn eigen atelier in Enschede. 

– Grootste misser? 

Ik denk sowieso met special effects, je gaat dan altijd weer opnieuw een proces door. En ik heb echt wel een paar keer gehad dat ik dacht dat ik het niet kon. Omdat er altijd wel een moment komt in het proces waar het niet lukt en dat je niet zo goed snapt waarom. Maar dat is juist ook het leuke van het vak, dat je zo oplossingsgericht moet gaan denken. Waarom werkt het niet en hoe moet ik dit oplossen. Je moet toch iets neerzetten wat van kwaliteit is. Ik ben best kritisch op mijn eigen werk. Ik wil bijvoorbeeld wel gewoon de film kunnen zien zonder dat ik alleen maar kijk naar de foutjes die erin zitten. 

– Waar ben je momenteel mee bezig? 

Naast de nu nog geheime projecten ben ik nu ook bezig een andere klus. In samenwerking met de Haagse Hogeschool, daarvoor ben ik realistisch lesmateriaal aan het maken. Bijvoorbeeld een oedeem been wat de student als kous zeg maar aan kan trekken, wat voelt en eruitziet als een been met vocht, wat de student hand omzwachtelen en behandelen. Dus dat is ook leuk, dat het niet alleen maar film en theater is, maar juist ook het medische gedeelte in dit geval. Het moet dus heel realistisch zijn, het moet lang meegaan, de studenten moeten er makkelijk mee om kunnen gaan en het moet goed voelen. Hele andere eisen, en dat vind ik heel erg leuk. Echt een andere tak. 

Vorige maand hebben we in het gesprek met Victor Löw gevraagd of hij jou iets wilde vragen. Hij heeft bij je in de stoel gezeten voor de film ‘De Overkammer’, jij hebt hem toen afgegoten. Hij is benieuwd of je veel acteurs in paniek op je stoel hebt gehad. 

Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Maar ik denk dat dat vooral ligt aan hoe jij als make-up artiest daarmee omgaat. Het is belangrijk dat je iemand heel goed informeert en laat weten dat er eigenlijk niks fout kan gaan. Dat je het proces aan iemand uitlegt zodat ze weten wat er gaat gebeuren en dat je tegen de persoon blijft praten gedurende het proces. Ik zorg voor een rustige ruimte met muziek, als die persoon dat wil. Mensen zijn vaak bang voor het beeld dat ze hebben of dingen die ze al gehoord hebben, terwijl het eigenlijk best wel rustgevend kan zijn. Sommige mensen vallen zelfs in slaap. Als er echt problemen zijn, als iemand bijvoorbeeld slecht door zijn neus kan ademhalen, dan kan je altijd de neus nog niet maar later pas doen. Het is dan voor mij meer een puzzel om dit later dan weer in elkaar te zetten. En we gaan naar een toekomstbeeld waar veel meer met 3D en scanners en computers gedaan wordt. Dus dat je iemand gewoon kan scannen zodat je het gezicht in een bestand hebt, dat is waar we naar toe gaan. Dit is iets waar ik nog wel in zou willen ontwikkelen want het gaat komen. Er worden nu al mensen ingescand en dan op de computer iets opgemaakt dan een mal geprint en daarmee gewerkt. Daar moet ik dus wel in mee, die ontwikkeling gaat zo snel. Het is nog niet echt goedkoop om het in de computer te doen. Het is voor ons bijvoorbeeld heel belangrijk om iemand z’n huidtextuur hebben, dat kan met sommige printers en scanners al maar ook niet met alle. Dan is het afgieten van iemand daar nog wel goed voor. Misschien over een tijd komen er zelf siliconen prosthetics uit de printen gerold, dan wordt het helemaal een dingetje. Het zijn alleen maar meer leermomenten, het is de toekomst, waar ik nog veel van kan leren. 

De volgende persoon die we zullen interviewen is de scriptschrijver Lars Boom (van Michiel de Ruiter en ‘tuintje in mijn hart’). Wat zou jij aan hem willen vragen? 

Ik zou hem dit willen vragen: Wat zou je nieuwe makers als les mee willen geven? 

 

Lees meer

FILMMAKER VAN DE MAAND: VICTOR LÖW!

GT (Gevestigd Talent) Victor Löw (1962) is een bekende Nederlandse acteur. Hij speelt zowel op het toneel als in televisie en film. Zijn eerste filmrol was een bijrol in De Noorderlingen van Alex van Warmerdam. Daarna speelde hij onder meer in De flat en in de Oscar-winnende films Antonia (1995) en Karakter (1997). Voor zijn rol als de crimineel Jack in Lek (2000) kreeg hij een Gouden Kalf. En Victor vervulde de rol van ‘de mond’ in de korte film @de overkammer van Raymon Hilkman die Equs Film mede produceerde.

Wat zie je zelf als de start van je carrière?

De start van mijn carrière is een toneelstuk dat heet ‘een bruid in de morgen’ bij de Haagse Comedie in 1986, ik was 24 en was net klaar met de Toneelschool. Meteen na de toneelschool was dat mijn eerste rol in het gesubsidieerde toneel.

Welk opstapje is bepalend geweest in je carrière?

De rol in het bovengenoemde toneelstuk was al direct een grote rol. Ik speelde een jongen van 18 toen ik 24 was, maar dat ging natuurlijk wel. Ik kwam toen vast bij het gezelschap van de Haagse Comedie. Maar toen ik daar twee jaar zat werd de Haagse Comedie opgeheven na 40 jaar. Mijn eerste twee jaar bleken hun laatste twee jaar te zijn. Dit werd daarna het Nationale Toneel, opgericht door Hans Croiset en dat heet nu het Nationale Theater. Na drie jaar ben ik toen naar Antwerpen gegaan waar ik op de Toneelschool heb gezeten. Na deze periode heb ik bij de Blauwe Maandag Compagnie vier jaar gespeeld. Daar heb ik heel veel geleerd en dat heb ik met extreem veel genoegen gedaan. Daarna ben ik freelancer geworden. In totaal heb ik zeven jaar in vast dienst gewerkt, verspreid over drie gezelschappen. Maar langzaam aan ben ik toen steeds meer televisie en film gaan doen en heb ik de stap gemaakt naar Joop van den Ende waar ik vier jaar gewerkt heb bij stageholding. Hierna heb ik een jaar of 6 ‘De Verleiders’ gedaan bij Inge Bos Theaterproducties. Een mooie productie die gaat over de analyse van de macht binnen ons kapitalistische systeem. En toen brak corona uit en ging alles voor twee jaar in Lockdown. Dat was voor mij een omwenteling want nu is alles anders voor mij.

Waar ben je het meest trots op?

Het meest trots ben ik op ‘De Openbaring’, mijn meest recente werk. Dit gaat over een man die Godsdienstwaanzinnig wordt in tijden van Corona. We hebben hier 16 jaar over gedaan. Het script voor deze film lag al jaren in de kast, maar een grote verandering in mijn persoonlijke leven heeft ervoor gezorgd dat ik de film na al die jaren toch gemaakt heb. Daarnaast sloot het idee goed aan bij de factoren tijdens de Coronacrisis.

Wat is je grootste misser?

Het is niet ‘des showbizz’ om dat te zeggen. Je kan natuurlijk een misser hebben gemaakt kijkend naar de box office, dat niemand het gezien heeft of zo. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je jezelf vreselijk vindt. En het is een mening op zich, anderen vonden het misschien wel geslaagd. Voor mij is mijn beste recente werk ‘De Openbaring’ ontzettend bijzonder omdat je er 16 jaar naar toe leeft en als je het dan uiteindelijk voor elkaar krijgt is dat gewoon geweldig. Dus dat is al succes. Maar er kunnen allerlei verschillende kanten aan succes en missers zitten. ‘De Prooi ‘(2016) van Dick Maas, had hele goede recensies maar er zijn maar 30.000 mensen naar toe geweest en dat is voor een Dick Maas film bijna een ramp. Daar horen gewoon minimaal 4 of 500.000 mensen heen te gaan. Maar in China scheen het een hit te zijn. Dus bepaalde projecten kunnen missers zijn vanuit het ene publiek maar een hit vanuit het andere publiek.

Is een bedrijf als Equs-film dat Nieuw Talent een kans geeft van belang voor nieuwe makers?

Met EQUS FILM heb ik een korte film gemaakt, ‘De Overkammer’ (2021). Ik vind het belangrijk dat beginnende mensen in de industrie een podium krijgen. Je ziet overal: we zoeken personeel, ervaring gewenst. Hoe moet je beginnen? Ooit moet je ergens beginnen terwijl je de ervaring nog niet hebt. Anders kan je het ook niet opdoen. Dus ik heb ontzettend genoten van mijn samenwerking met het nieuwe talent, regisseur Raymon Hilkman. En ik heb begrepen dat hij het op festivals heel goed doet. Het is heel goed gespeeld en heel kort en origineel. Een goede film en een meesterlijk idee, dat is kunst.

Waar ben je momenteel mee bezig?

Naar aanleiding van alles wat niet doorging door Corona ben ik een filmbedrijf begonnen. Ik heb allemaal ideeën en titels die ik moet verwerken. Ik moet de hort op om te kijken of ik distributie en afzet kan vinden. Ik heb zoveel energie gekregen toen ‘De Openbaring’ doorging dat ik dacht dat ik andere dingen misschien toch ook wel zou kunnen doen. Je probeert altijd die boog van werk goed strak te houden en je hebt dan allemaal ideeën die je te binnenschieten maar daar komt dan nooit iets van. Nu is de tijd er voor!

Dan hebben we nog de kettingvraag van Raymon Hilkman voor jou.

Wat is het verschil tussen de acteur Victor Löw tegenwoordig (nu) en de acteur Victor Löw die net was afgestudeerd aan de toneelschool?

Tot kort geleden had ik een heel steady ritme. Maar door de coronacrisis is mijn hele leven op z’n kop gezet. Mijn hele ritme van m’n 24e tot 57e is helemaal doorbroken. Ik hoor het van andere mensen ook, die 20 of 30 jaar een leven hadden waar cultuur een heel groot deel van hun bestaan was, hebben nu een hele andere stijl. Het is gewoon doorbroken!

En dan de kettingvraag. Je hebt samen gewerkt met visagist en Nieuw Talent Julia Warmerdam bij ‘de Overkammer’. Wat zou je haar willen vragen?

Zij is een visagiste en heeft meegewerkt aan De Overkammer. We hadden toen een afgietsel van mijn gezicht nodig om een mond te kunnen maken. Zij heeft mij toen ‘afgegoten’. Ik val altijd bijna in slaap bij dit soort dingen. Ze zetten namelijk een muziekje op en alle geluiden om je heen worden steeds meer gedempt door alle lagen die je over je heen krijgt. Maar je wordt wel helemaal dicht gesmeerd. Je hebt wel gaten in je neus om te ademen maar verder is alles dicht. Dus als je moet hoesten is dat een probleem want dan moeten ze je bevrijden. Als je claustrofobie hebt kan je dat eigenlijk niet doen. Mijn vraag aan haar is dan ook of ze veel acteurs in paniek heeft meegemaakt bij dit soort werk.

Lees meer

IN THE BEGINNINGS

De begin avonturen van Nieuw Talent (NT) en Gevestigd Talent (GT) in de filmwereld

FILMMAKER VAN DE MAAND MEI

RAYMON HILKMAN

NT (Nieuw Talent) Raymon (Ray) Hilkman is regisseur en schrijver. Hij is in 2019 afgestudeerd aan de Hoge School voor de Kunsten (HKU) in Utrecht. Hij is bekend van The Shame (2015) en René van Nie; Kind van de Zon (2015), KOUD (2017), Moffenmeid (2019) en de OVerkammer (2021).

– wat zie je zelf als de start van je carrière? (meer…)

Lees meer